Leg het vel bakpapier klaar op het aanrecht. Breek daarna de chocolade in kleine stukjes en doe deze in het kleinste pannetje. Nu wordt het spannend en moet je hulp vragen aan een volwassene.
We gaan nu de chocolade smelten. Dat doen we zo: in de grootste pan doe je een laagje water. Dat ga je laten koken op de kookplaat. Als het water kookt, zet je de warmtebron laag. Plaats vervolgens het kleine pannetje in de pan met het hete water. Let op: er moet zo weinig water in de grote pan zitten dat het kleine pannetje het water net raakt. De chocolade gaat nu smelten. Roer het zachtjes door met de houten spatel. Je doet dit deel samen met een volwassene omdat je heel voorzichtig moet zijn met heet water.
Nu komt het klusje om je vingers bij af te likken. Als de chocola gesmolten is, doop je steeds een abrikoos voor de helft in de chocola en leg je hem op het bakpapier. Dit doe je tot al je chocola of al je abrikozen op zijn. Je kunt op de helft van de abrikozen ook wat gemalen kokos strooien. Dat ziet er leuk uit en is lekker. Als de chocolade tussendoor stolt, dan zet je de pan weer even in het hete water.
Laat de abrikozenbonbons op het bakpapier liggen totdat de chocolade hard is. Leg ze daarna op een schaaltje, lik je vingers af en eet de restjes chocolade uit de pan op.