Honderdtwintig jaar geleden begon ons verhaal. In een tijd zonder sociale zekerheid, zonder kinderopvang en zonder vangnet. Een paar Hilversumse vrouwen vonden dat kinderen ‘beter’ verdienden. Wat startte in 1906 als kinderbewaarplaats, groeide uit tot de maatschappelijke kinderopvangorganisatie die Bink nu is.
Stel je Hilversum in 1906 voor. Geen kinderopvang, geen verlofregelingen. Alleenstaande moeders die “met een bezwaard hart naar haar werk togen, wetende dat hare kleinen onvoldoende verzorgd achterbleven”. En dan een groep vrouwen die besluit: dit kán zo niet langer. Ze richten de ‘Vereniging tot Oprichting van Kinderbewaarplaatsen’ op en schrijven in de statuten dat het moet gaan om “het laten bouwen van een bewaarplaats geheel naar de eisen der tijd”. Geen kleine ambitie, voor een paar vrouwen die alles zelf moesten regelen.
Na enkele fancy fairs, diverse giften en twee anonieme schenkingen is het in 1907 zover: een nieuw gebouw aan ’t Noordsche Boschje, met een wiegenzaal, een eetzaal en ruimte voor vijftig kinderen per dag. Maar op de openingsdag? Niemand. Helemaal niemand.
En dan gebeurt het: in de dagen erna loopt ineens alles vol. In de oude registers lees je precies wie er kwam, wanneer, en wat ouders betaalden. “Dertien cent per dag per kind” en bij meerdere kinderen “tien cent per kind”. Moeders die hun baby zelf kwamen voeden, betaalden zelfs maar vijf cent.
De organisatie draaide volledig op vrouwen die alles zelf bedachten én deden. Het Huishoudelijk Reglement van 1906 is heerlijk precies.
Art. 6: “De Linnendame telt om de twee maanden al het linnengoed na … doet geen uitgaven boven 10 gulden zonder machtiging.”
Art. 7: “De Bezoekdames bezoeken dagelijks op hare beurt de Bewaarplaats … en noteeren hare bevindingen in het boekje.”
Kort gezegd: het zag er strak uit met een simpele basis: overzicht, orde en routine. Ver weg van het kwaliteitssysteem dat we nu kennen.
De directrice, mevrouw Verdoorn, woonde boven de bewaarplaats en kreeg een salaris van “5 gulden per week, naast genot van vrije woning, vrije kost en bewassching”. ’s Winters stond zij voor dag en dauw de kolenkachel op te stoken zodat het warm was als de kinderen kwamen. Het waren écht andere tijden, zo laat deze herinnering uit 1919 zien: “Ik herinner mij nog altijd de bruine bonen en de pap die wij moesten eten als we aan de lange tafel zaten.”
Vanaf 1990 groeit de opvang snel: startende bso’s, meer kinderdagverblijven en kleine stichtingen. Samen vormen deze stichtingen in 1994 Stichting Kinderopvang Hilversum. In Soest gebeurt hetzelfde, met Stichting Kinderopvang Soest. En in 2012 wordt een nieuwe fase ingeluid: de twee stichtingen fuseren en gaan verder onder de naam Bink: een maatschappelijk betrokken kinderopvangorganisatie.