‘Kinderopvang goed voor ontwikkeling kinderen’

22nov

‘Kinderopvang goed voor ontwikkeling kinderen’

Onlangs spraken professor dr. Paul Leseman, hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht, en Monique Wittebol, directeur van Bink kinderopvang met elkaar af de komende jaren intensief samen te gaan werken. Maar wat gaan we eigenlijk samen doen? En wat houdt het werk van deze onderzoekers in? We vroegen het Paul Leseman en zijn collega dr. Pauline Slot.

B: Waarom kiezen jullie ervoor om met Bink samen te werken?

Paul: ‘Vanuit onze rol als opleider willen we graag samenwerken met de praktijk, deels via studentenprojecten. Dit versterkt onze opleiding en andersom kunnen wij kennis bij Bink brengen. We hebben al vaker onderzoek gedaan bij Bink en we willen dit graag structureel voortzetten. We zien Bink als een van de best practices op het gebied van kinderopvang in Nederland. De pedagogische kwaliteit is hoog en er wordt veel aandacht besteed aan de opleiding en kwaliteit van de medewerkers.’

Pauline: ‘Het kijkje in de keuken is voor ons heel belangrijk. Als wetenschappers zijn we veel bezig met allerlei theorie, wat goed zou moeten zijn voor kinderen, maar hoe werkt dit in de dagelijkse praktijk? Bij Bink krijgen we hiervoor veel mogelijkheden. Dat is heel waardevol voor onze studenten en onderzoekers.’ 

 

B: Wat hebben jullie al bij Bink onderzocht?

Paul: ‘Enige tijd geleden hebben we op locaties van Bink onderzoek gedaan naar stress bij dreumesen en peuters. We hebben ’s morgens na binnenkomst, vlak voor de lunch en ’s middags na het slaapje het cortisolniveau gemeten. Er wordt altijd vanuit gegaan dat een hoog cortisolniveau later op de dag een uiting is van stress. Echter wat blijkt, cortisol kan ook een uiting zijn van een hoog energieniveau en zin hebben in activiteiten. Bij dreumesen en peuters was het cortisolniveau bijvoorbeeld relatief hoog in de middag. Ze waren dan net wakker uit hun middagslaapje, waren goed uitgerust en hadden dus veel energie.’ 

 

B: Dat is verrassend en hoor je niet vaak!

Paul: ‘Wij vinden dat kinderopvang te vaak negatief benaderd wordt. We denken dat kinderopvang, mits van goede kwaliteit, juist een hele grote rol kan spelen bij de ontwikkeling van kinderen. Met name kinderen met een mogelijke achterstand, met bijvoorbeeld een niet-westerse achtergrond of een mogelijke taalachterstand, kunnen heel veel baat hebben bij maatschappelijke kinderopvang van goede kwaliteit.’ 

 

B: En wat houdt het CARE project in? Kun je daar iets meer over vertellen?

Pauline: ‘Het CARE project is een internationaal onderzoeksproject naar voorschoolse opvang en voorzieningen in 11 Europese landen. Het doel is onder meer om richtlijnen te ontwikkelen voor kwaliteit van opvang en educatie van jonge kinderen. We hebben Bink geselecteerd als een van de 4 voorbeeldorganisaties, zogenaamde ‘best practices’, in Nederland om hieraan mee te doen. 

 

B: Kun je iets vertellen over de uitkomsten van dit onderzoek?

Pauline: ‘Voor dit onderzoek hebben we metingen gedaan op een aantal peutergroepen. We keken naar de emotionele kwaliteit: voelen kinderen zich veilig, is de sfeer goed? En naar de educatieve kwaliteit: worden de kinderen gestimuleerd in hun taalontwikkeling, krijgen ze waardevolle feedback? Dit laatste betekent dat kinderen gestimuleerd worden om steeds een stapje verder te komen. De emotionele kwaliteit bleek goed. Maar wat ook uit onze metingen bleek is dat de educatieve kwaliteit bij Bink hoger is dan bij andere organisaties. De kinderen werden niet alleen tijdens de activiteiten gestimuleerd in hun ontwikkeling, maar ook bij het eten en drinken, het vrij spelen en bij de verzorging. Dat vinden we belangrijk. Dat het verbanden leggen en inspelen op de initiatieven van kinderen, niet alleen gebeurt tijdens georganiseerde activiteiten, maar juist gedurende de hele dag.’ 

 

B: Bink heeft een eigen methode met dagelijkse activiteiten om de ontwikkeling van peuters te stimuleren, ‘spelend ontwikkelen’. Jullie adviseren bij het implementeren van deze methode?

Paul: ‘Uit onderzoek blijkt dat een methode op zichzelf nog niet zoveel zegt. Het is vooral belangrijk hoe je de methode implementeert. Dus hoe gebruiken de medewerkers de activiteiten? Hoe is de interactie met de kinderen? Worden de kinderen goed gevolgd? Kan de medewerker genoeg uitdaging bieden? Bink besteedt hier veel aandacht aan door bijvoorbeeld medewerkers te coachen waarbij videobeelden worden gebruikt. Dat is cruciaal voor het succes en de kwaliteit.’ 

 

B: Over spelend ontwikkelen en spelen gesproken, is spelen echt zo belangrijk voor kinderen?

Paul: ‘Kinderen leren niet door ze pakketjes kennis toe te stoppen of alleen via taal. Ze leren met hun hele lichaam, door het ontdekken, voelen, ervaren en vervolgens de verbinding te leggen met taal en woorden. Ieder kind doet dit anders. Daarom is spelen en zelf ontdekken zo belangrijk. Juist het kinderdagverblijf is de plek waar kinderen ‘begeleid’ kunnen spelen. Dat betekent dat een hiervoor opgeleide pedagogisch medewerker bij de kinderen is en hen stimuleert, met bijvoorbeeld taal. En die ook de sociale interactie begeleidt en kinderen uitdaagt om zelf oplossingen te zoeken en samen te werken. Zo ontwikkelen kinderen vaardigheden die erg belangrijk zijn voor de rest van hun leven.’ 

 

B: Tot slot, heb je een tip voor ouders die op zoek zijn naar kinderopvang?

Pauline: ‘Het is een vraag die misschien niet voor de hand ligt als je voor het eerst ouder wordt, maar het is heel goed om bij een rondleiding te vragen naar het team. Hoe worden medewerkers opgeleid en getraind? Zijn er pedagogen die de medewerkers coachen? Wat is het beleid op het gebied van ontwikkeling van medewerkers? Wij zien namelijk dat de kwaliteit van de medewerkers het grootste verschil maakt voor de kinderen.’ 

 

Cookies: Onze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.

AccepterenWeigeren